De cultuurshock van Rutte 1

Door “Willem de Zwijger”

HOE IK ZELF DE VIJAND VAN MIJN EIGEN GEEST GEWORDEN BEN

De kunstsector wordt getroffen door ogenschijnlijk redeloze bezuinigingen, zonder eerlijke kansen op aanpassing en herstel. Met de bezuinigingsoperatie herschrijft het kabinet Rutte 1 de cultuurpolitiek van Nederland. Ik veronderstel dat de nieuwe aanpak geen domme vergissing is, maar een goed beredeneerde strategie. De ingrepen lijken me een onafwendbare consequentie van de liberaalpolitieke koers die Nederland vaart.

CONTRAREVOLUTIE

In haar spraakmakende boek De Shockdoctrine(2007), beschrijft de Amerikaanse journaliste Naomi Klein de methodes die worden gehanteerd bij een contrarevolutie naar een neoliberale politiek, vanuit de positie van een sociaal economisch geleide democratie. Volgens haar is er in een dergelijk proces sprake van een wetmatige drie-eenheid van maatregelen.

Privatisering van winstgevende staatseigendommen, enorme bezuinigingen op sociale uitgaven en deregulering. Dat proces kan niet zonder ingrijpende kwetsuren aan een bestaande maatschappelijke situatie verlopen. Klein haalt Niccolò Machiavelli aan, die in 1513 schreef: ‘…kwetsuren moeten allemaal tegelijkertijd worden toegebracht, zodat ze minder verontwaardiging wekken omdat ze minder vaak worden ervaren.’ Ze vergelijkt de ontwrichtende heftigheid van kwetsende maatschappelijke maatregelen met shocktherapie.

Het volk, of een deel ervan, wordt in een staat van sociale, emotionele en zelfs financiële verwarring gebracht, waarna vlot een nieuwe politieke koers kan worden gevaren om het evenwicht te herstellen. In Nederland is er geen sprake van een neoliberale contrarevolutie. We voeren al lang een neoliberale koers, die als een stille revolutie in gang is gezet. Toch herken ik eigenschappen van de ‘shocktherapie’ zoals Klein die in haar boek beschrijft, in het huidige kabinetsbeleid.

NIEUWE FASE

Critici van het neoliberalisme beweren wel eens, dat juist het poldermodel een ideale habitat is geweest, waarin het gedachtegoed van het neoliberalisme zich heeft kunnen ontwikkelen. Het paarse compromismodel heeft bij iedere ingreep ten behoeve van de vrijemarkteconomie in compenserende maatregelen voorzien, of althans gesuggereerd dat te doen.

Besluitvorming in een compromismodel is een effectief proces, wanneer men streeft naar een betrekkelijk groot maatschappelijk draagvlak bij het nemen van maatregelen. Het proces is echter ook traag. De huidige economische situatie lijkt een andere politieke strategie te rechtvaardigen: de vaart moet er in. Het effectieve poldermodel wordt

verruild, voor een meer agressieve vorm van op Amerikaanse leest geschoeide neoliberale politiek, waarin een nog verdergaande vrije marktwerking het middel is waarmee economie en samenleving weer gezond kunnen worden gemaakt. Er is haast geboden op de weg naar het herstel van de economie. Anders lopen we de boot mis en wordt het allemaal nog veel erger, zo houdt het kabinet ons voor. Het is vervelend dat het zo moet, maar het kan niet anders… Aldus betreden we een nieuwe fase in het neoliberale project. In die fase sneuvelen de laatste restanten van de sociale

welvaartstaat, waarvan ook het oude cultuurbeleid onderdeel was.

CULTUURSHOCK

Het lijkt niet de bedoeling te zijn dat kunstsector de cultuurshock van de bezuinigingen te boven komt. De ontsteltenis erom, veroorzaakt bij betrokkenen een grove verstoring van hun wereldbeeld. Werd hun artistieke arbeid tot voor kort als wenselijk ervaren en gestimuleerd door de overheid, of dankzij de overheid, na nu lijkt van wenselijkheid in veel gevallen geen sprake meer te zijn. Mensen die in de te treffen sectoren werkzaam zijn, hebben massaal het gevoel dat ze het bestaansrecht wordt ontnomen.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra noemt deze situatie eufemistisch ‘pijnlijk’. Ik noem het traumatiserend. En precies dit trauma-effect lijkt het kabinet Rutte 1 voor ogen te hebben. De kunstenaar is lamgeslagen. Bovendien komt hij in een benarde financiële situatie terecht. Leven wordt een kwestie van overleven. De kunstenaar heeft geen verweer en vraagt alleen nog maar: waarom?

WONDERMIDDEL

Zijlstra zegt(Volkskrant van 12 juni 2011): ‘…bij een sector die we echt anders willen gaan neerzetten is dit heel verantwoord. Als je er vijftig miljoen afhaalt, kan iedereen het opvangen, maar verandert er wezenlijk niets.’ Daarmee geeft hij te kennen dat de maatregelen bedoeld zijn om blijvende schade te berokkenen aan het huidige cultuurbestand. Er is kennelijk sprake van een ongezonde overvloed aan kunstzinnige uitingen waarop geen mens zit te wachten. Het kabinet Rutte 1 pleit voor marktwerking, het liberale wondermiddel tegen alle kwalen. De kunst zou volgens deze logica gezond – lees welvarend – kunnen worden gemaakt door de helende werking van vraag en aanbod.

EUTHANASIE

Over de kwaliteit en kwantiteit van Nederlandse artistieke producten kan natuurlijk worden gediscussieerd. Misschien kunnen we inderdaad met minder toe. Nu echter, tracht het kabinet het electoraat er van te doordringen dat de sector in totaliteit ziek is. Met succes. Simpele woorden doen de truc. Nadat iemand de woorden ‘linkse hobby’ had uitgesproken, leidde dat tot zoveel verontwaardiging, dat de sector die ermee werd geridiculiseerd, dezelfde woorden oneindig vaak herhaalde, uit ongeloof. Daarmee verankerde men zelf de woorden onbedoeld in het maatschappelijk debat over kunst en cultuur. Een anticampagne kortom, die met maar twee woorden gezegd had hoeven worden en desalniettemin een hardnekkige negatieve associatie teweeg had gebracht. Werd een culturele overheidssubsidie voorheen – in ‘de oude tijd’ – als stimuleringsmaatregel gezien, nu heet een subsidie ‘een infuus’. Zonder dat infuus sterft de patiënt. Dus sterft de patiënt. Een beetje pijnlijk misschien, maar beter voor het grotere geheel, zo wordt geredeneerd. Bovendien, de kans dat bedrijven en particulieren de rol van mecenas op zich zullen nemen, ter compensatie van een zich terugtrekkende overheid, is door het behendig verziekte charisma van de kunstsector voorlopig nauwelijks denkbaar. ‘Wie heeft er wat over voor een pindakaasvloer?’

POLITIEK VOORWERK

Het huidige kabinet heeft een buitengewoon vernuftig middel in handen om Nederland in een gewenste shocktoestand te brengen. Dat middel is de persoon en de partij van Geert Wilders. Zijn politieke opdracht is feitelijk geen andere, dan op velerlei terreinen maatschappelijke onrust te veroorzaken. De Partij voor de Vrijheid is de partij die Nederland in sociaal opzicht met drogredeneringen volledig ontwricht. Ik denk dat het electorale succes van de PVV daarom ook niet veel langer zal aanhouden, dan dat deze ordeverstoring politiek gewenst en zelfs noodzakelijk is. In een ontwricht

Nederland is alleen een alternatieve, maar helder geformuleerde politiek aanvaardbaar. Het voorstelbare gevolg is, dat het kabinet Rutte zijn gang zal kunnen gaan zonder doeltreffende tegendruk. Dankzij het voorwerk van de PVV, kan het zogeheten herstel een aanvang nemen. Te beginnen met een grootschalige opruiming van ‘ongezond’ verklaarde factoren. Dit alles uiteraard onder de noemer van bezuinigingen, waarvan de evident geachte noodzaak uit de financiële en economische crisis van de afgelopen jaren is voortgekomen. Daarbij stimuleert de maatschappelijke onderbuik het proces en is een redelijk gevoerd debat onnodig.

BOLWERKEN

Voor de kunstsector betekenen de bezuinigingsmaatregelen, dat de meeste schade wordt toegebracht op de plaatsen waar zij het meest kwetsbaar is. Daar waar de kunst jong is en zou moeten ontkiemen, wordt ze getroffen.

Productiehuizen, postacademische werkplaatsen, kleine experimentele gezelschappen, festivals, toonplekken, noem ze maar op. Bolwerken van artistieke verlangens, bruisend gedachtegoed, debat en ongehoorde muziek. Plekken waar zich opinies vormen tegen de klippen op. Ik hoorde het een docent van een kunstopleiding onlangs nog ongegeneerd verkondigen: ‘Wij trainen mensen in recalcitrantie. Dat is onze voornaamste opdracht.’

DE ANGEL VERWIJDEREN

Aan het einde van de jaren zestig werd Nederland, net als een aantal andere West-Europese landen, opgeschud door woedende, maar creatieve uitbarstingen van sociaal bewogen linkse adolescenten tegen het grootkapitaal, de politiek en de mechanismen van de consumptiemaatschappij. Hun acties zijn niet zonder gevolgen gebleven. Krakers speelden destijds een cruciale rol in het behoud van karakteristieke historische wijken van grote steden, die omwille van de vooruitgang aan de slopershamer zouden worden geslachtofferd. Zulke oproerkraaiers waren uiteraard een doorn in het oog van grote ondernemingen, planologen en politici. Ook heeft het oproer van die jaren in aanzet ingrijpende gevolgen gehad op het gebied van politieke besluitvorming en maatschappelijke inspraak. Het tegengeluid van deze – relatief kleine groep – jongeren had dus een behoorlijk ‘ondermijnende’ invloed, hoe we inmiddels ook over hen

mogen denken. De vernielzucht waarmee het huidige kabinet de restanten van de sociale welvaartstaat opruimt, zou je ironisch genoeg een ‘omgekeerde actie tomaat’ kunnen noemen. In het licht van dit betoog is het niet verwonderlijk dat een recente wetswijziging kraken tot een strafbaar feit heeft gemaakt. In het oude poldermodel hadden krakers hun logische plaats, maar de geschiedenis leert dat je zulke jongens er niet bij kunt hebben als je rigoureus de bezem door je

land wil vegen om daarna voor een nieuwe frisse inrichting te kiezen.

EEN ONVOLTOOID WERK

Ons politieke profiel is vooralsnog een ratjetoe van brokken en stukken van de oude sociaal economische welvaartstaat en onvolmaakt liberalisme. Tot voor enkele jaren geleden, leek deze situatie een redelijk compromis te zijn waarmee onze welvaart gestaag groeide. Maar het oude poldermodel bleek ons niet te kunnen behoeden voor een economische neergang. Een uitgelezen tijd voor een compromisloos neoconservatief heilmiddel dus (al scheelde het weinig of we maakten juist een zwaai naar links). In deze verscherpte koers staat de oude wereld staat nog hinderlijk in de weg. Zot genoeg vormt juist de kunstenaar op deze koers een mogelijke obstructie, met zijn profiel van hoger opgeleide dwarsdenker ter linkerzijde van het politieke spectrum (met dito vrienden). Hij past niet in het systeem. Tot voor kort was hij slechts ongevaarlijk tegendraads; bepaald geen gevaar voor de samenleving. ‘Zulke mensen moet je ook hebben’, zo luidde ongeveer de publieke consensus. In deze nieuwe tijd wordt hij – terecht of onterecht – als een potentieel subversief element gezien, die het rechts liberale programma in de weg staat. Neem desgewenst de schrijver van dit stuk als voorbeeld. Hij benoemt wellicht zaken, die onbenoemd dienen te blijven.

GEFACILITEERDE KRITIEK

In 2008 verscheen er een bundel kritische reflecties op het neoliberalisme onder de titel ‘Liberticide’. De bundel tracht de wetmatigheden van de vrijemarkteconomie en de ‘ideologie’ die eraan ten grondslag ligt te benoemen. Er werkte een divers gezelschap van wetenschappers en artistiekelingen aan mee en het kwam tot stand onder redactie van Tiers Bakker en Robin Brouwer. Destijds vormden zij de hoofdredactie van ‘HTV de ijsberg’, een tweemaandelijkse  kunstkrant met een enigszins alternatieve signatuur. In hun inleiding noemen ze het boek ‘een poging om tegen de stroom in te roeien.’ Ook schrijven ze dat het boek is voortgekomen uit de vele discussies die ze in het redactielokaal van ‘HTV de ijsberg’ voerden met zowel voor- als tegenstanders van het neoliberale denken. Overigens hebben de gesuggereerde voorstanders duidelijk geen tekstbijdragen geleverd; in de bundel is er weinig dat voor het neoliberalisme pleit.

Dit boek en haar wordingsgeschiedenis indachtig, verbaast het mij nauwelijks dat kunsttijdschriften en niet-commerciële uitgeverijen straks geen geld meer van de overheid krijgen. Wie zou zijn tegenstanders moedwillig faciliteren bij het verspreiden van gezagsondermijnend gedachtegoed?

De herziening van de Nederlandse cultuurpolitiek is een voorzorgsmaatregel. Broeinesten(broedplaatsen) van alternatieve ideeën, zijn potentiële brandhaarden. Ontruiming van deze broeinesten is gewenst, opdat het vuur niet zal oplaaien. De bezuinigingen maken deze maatregel mogelijk, omdat de politieke redenen van de ingreep buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Men hoeft niet te zeggen: potentieel gezagsondermijnende factoren van ons toekomstige politieke beleid worden uit voorzorg lam gelegd. Men kan zeggen: we gaan de kunstsector helpen weer gezond te worden en daarmee bewijzen we de sector een dienst.

AANGEHARKT EN OPGERUIMD

Wie de recente wereldgeschiedenis raadpleegt, treft talloze situaties aan waar het steeds de kunstenaar was die het bij een politieke ommezwaai moest ontgelden. Van pijnlijk, tot zeer ernstig. Het is verleidelijk om er een opsomming van te maken, maar ook erg politiek incorrect, vrees ik. In dergelijke situaties waren kunstenaars nooit alleen. Ook wetenschappers, leraren, schrijvers, historici en journalisten zagen hun toekomst niet altijd rooskleurig meer. Immigranten, etnische minderheden, mensen met een psychiatrische stoornis en gehandicapten evenmin. Deze minderheden hebben altijd gemeenschappelijk gehad, dat ze de wereld bezagen vanuit een afwijkend perspectief; buitenstaanders met een verondersteld subversief potentieel. Maar misschien is het louter toeval dat het huidige kabinetsbeleid de grootste maatschappelijke en financiële ontwrichting veroorzaakt binnen precies deze groepen.

In de utopie van het neoliberalisme, beantwoordt de economie aan zuivere wetmatigheden. Als een natuurlijke gang van zaken, die verstoord raakt bij onnatuurlijke invloeden en beperkende of sturende maatregelen. De neoliberaal houdt van een aangeharkt land, zonder onkruid. Het natuurlijke evenwicht in zijn particuliere welvaartsparadijs is zeer delicaat; het gedijt alleen in zuivere grond.

PERSOONLIJKE OPROEP

De mechaniek van het neoliberalisme is al tot in iedere vezel van de maatschappij doorgedrongen. Het is te sterk om er weerstand aan te bieden. Wie zich er tegen verzet, zal in de marge van de samenleving verstommen. Zelf moet ik constateren dat ik al lang aan een proces van gewenning onderhevig ben. Ik zie persoonlijke kansen in het neoliberale Utopia van de toekomst. Al geloof ik er niet in, in handel er naar. Ik eer een god die niet bestaat.  En toch… Toch heb ik een heel sterk geloof. Ik geloof in de kracht van mijn geest en ik geloof in bezieling. Oude woorden misschien, maar wie het stof er vanaf blaast, ziet hoe vitaal ze kunnen zijn. Aldus zie ik het als mijn opdracht de markt met mijn geest te bezielen. Ik roep u op datzelfde te doen.  Het is oké.

NASCHRIFT

Ik heb lang getwijfeld of ik deze tekst openbaar zou moeten maken of niet.

Ik heb zakelijke belangen en ik vermoed dat het mijn orderportefeuille zou kunnen schaden, wanneer ik dit document met mijn naam zou ondertekenen.  Voor je het weet, heb je het aura van een linkse activist. Al ben ik niet links.

En al helemaal geen activist. Ik ben iets anders.

Anoniem blijven leek me lafhartig.

Maar het stuk als niet geschreven beschouwen leek me nog kwalijker.

Daarom toch maar anoniem, voorlopig.

Ik besef wat er in de afgelopen jaren verloren is gegaan.

Ik heb nog altijd ‘recht van spreken’.

Ik mag nog altijd zeggen wat ik wil, tegen wie ik dat wil.

Ik mag het, maar ik kan het niet.

Ik moet mijn orderportefeuille gevuld houden.

Ik vroeg iemand om raad.

Iemand die ik vertouw.

Hij zei: het stuk is belangrijk, maar de monden die je te voeden hebt, zijn

belangrijker.

Is dat zo?

Ja, dat is zo.

Na het schrijven van dit stuk, weet ik wie mijn vijand is.

Ik ben het zelf.

Ik ben ten slotte zelf de vijand van mijn eigen geest geworden.

Daarom laat ik nu mijn geest waaien, onafhankelijk van mijn persoon.

Was getekend onder alias,

Willem de Zwijger

pamflettist@hotmail.com

© Fotografenavond 2006-2011